Voor welke pollen van grassen, struiken, kruiden en bloemen kunt u allergisch zijn?

Hooikoorts is een allergie voor stuifmeelkorrels, oftewel pollen. Hier vindt u een overzicht van de verschillende grassen, struiken, kruiden en bloemen waarvan de pollen u problemen kunnen bezorgen.


Stuifmeel

Stuifmeel hangt vooral tijdens de bloeiperiode in de lucht. Naast grassen, bloemen, struiken en kruiden zit het ook in bomen.  U kunt voor verschillende soorten een overgevoeligheid hebben. Wat u kunt door om pollen te vermijden leest u hier

Bloemen

  • Margriet: In België en Nederland komt in het wild alleen de gewone margriet voor. De bloem heeft een geel hart en witte bloemblaadjes. Ze bloeit tussen mei en augustus
  • Paardenbloem: De geelgekleurde paardenbloem komt veel voor in Nederland. Wanneer de bloem is uitgebloeid verschijnen de bekende ronde pluizenbolletjes. De pluizen worden door de wind verspreid. In april en mei veroorzaakt de paardenbloem de meeste hooikoortsklachten.

Grassen

Er bestaan maar liefst rond de achtduizend soorten grassen. Omdat er zoveel soorten grassen zijn is de bloeiperiode erg lang; van midden april tot half oktober.

Kruiden

  • Ambrosia: Ambrosia is afkomstig uit Noord-Amerika, maar komt steeds vaker voor in Nederland. Dit komt met name door de import van vogelvoer, waarin ambrosiazaden zitten. De eenjarige plant bloeit in september en oktober, waarmee het hooikoortsseizoen met twee maanden verlengd wordt.
  • Bijvoet: Bijvoet komt in Nederland met name voor op braakliggend terrein en langs wegen. Bijvoetpollen veroorzaken vooral in augustus en september klachten bij mensen met hooikoorts.
  • Brandnetel: In Nederland en België komen de grote brandnetel en de kleine brandnetel voor. Beide soorten hebben brandharen aan de stengel en aan de onderzijde van het blad, die bij aanraking pijn en jeuk van de huid veroorzaken. Tussen half mei tot oktober bloeit de brandnetel.
  • Ganzenvoet: Er bestaan ongeveer honderd soorten ganzenvoet. De naam refereert aan de bladvorm van sommige soorten. De bloeitijd varieert van half mei tot en met september.
  • Weegbree: Weegbree komt overal ter wereld voor. De plant bloeit meestal in augustus.
  • Zuring: Er bestaan ongeveer tweehonderd soorten zuring, die van nature voornamelijk voorkomen op het noordelijk halfrond. Zuring wordt vaak beschouwd als onkruid. De plant bloeit over het algemeen van mei tot augustus.

Stuiken

  • Hazelaar: De hazelaar is voor de bestuiving afhankelijk van de wind en bloeit als deze nog geen bladeren heeft; van januari tot april.
  • Jeneverbes: De jeneverbes is een van de weinige coniferen die van nature voorkomen in de Benelux. Tegenwoordig zien we de jeneverbes hoofdzakelijk als struik. In maart en april, en in mindere mate in mei, kan hij hooikoortsklachten veroorzaken.
  • Vlier: In de lente draagt de vlier witte of crèmekleurige bloemen, gevolgd door kleine rode, blauwachtige of zwarte vruchten. Ook komt er een vlier met paars blad en roze bloemen voor. De meeste hooikoortsklachten veroorzaakt de struik in juni.
"In ons assortiment vindt u de beste producten om uw hooikoortsklachten te onderdrukken."